Wanneer voelt een interieur écht als jouw merk?
Een sterk merkinterieur herken je niet alleen aan wat je ziet. Je voelt het, je beleeft het en je onthoudt het. Maar hoe vertaal je de identiteit van een bedrijf naar een ruimte die écht klopt?

Ken je dat? Je komt ergens binnen en krijgt meteen het gevoel: dit klopt hier gewoon. Misschien ligt het aan de materialen, de kleuren of de sfeer die er hangt. Je kan er niet meteen de vinger op leggen, maar nog voor je het logo hebt gezien, heb je al een gevoel bij het bedrijf. Dat is de kracht van een voelbaar merk.
Maar hoe ontwerp je zo'n plek? Sofie Derwael, lead designer en teamlead interieur bij Deusjevoo, neemt je mee in haar aanpak. Van de eerste gesprekken met een klant tot de vier elementen die een merk écht voelbaar maken.
“Ontwerpen begint voor mij niet bij de vraag hoe een ruimte eruit moet zien, maar bij wat ze moet vertellen, laten voelen en mogelijk maken.”
Een interieur begint niet bij de huisstijl
Als lead designer krijg ik vaak de vraag hoe je de identiteit van een bedrijf vertaalt naar een interieur. En ik vind dat je daar niet moet beginnen met de huisstijl. Natuurlijk kijken we naar kleuren, logo’s en grafische elementen. Maar een merk is zoveel meer dan wat er in een brandbook staat. Het zit ook in hoe een bedrijf werkt,hoe mensen met elkaar omgaan, hoe klanten ontvangen worden en vooral: welk gevoel wil je achterlaten bij iemand die over de vloer komt? Daarom starten we bij Deusjevoo niet meteen met ontwerpen.
Tijdens een eerste kennismaking willen we vooral begrijpen wie er tegenover ons zit. Wat typeert het bedrijf? Waar zijn ze trots op? Wat vinden ze belangrijk? En hoe willen ze dat medewerkers en bezoekers de organisatie ervaren? Daarbij gebruiken we onder andere een moodboardspel om samen met de klant op zoek te gaan naar de juiste sfeer en identiteit. Beelden en materialen helpen om voorkeuren en gevoelens bespreekbaar te maken. Want woorden als 'warm', 'innovatief' of 'professioneel' kunnen voor iedereen iets anders betekenen.
Wat ik zo interessant vind aan die eerste gesprekken, is dat je soms dingen ontdekt die de klant zelf nog nooit op die manier had bekeken. En net daar begint het ontwerpen voor mij. Niet bij de vraag hoe een ruimte eruit moet zien, maar bij wat ze moet vertellen, laten voelen en mogelijk maken. Dat vertalen we vervolgens naar vier elementen.

1. Je moet het zien
Een merk mag herkenbaar zijn in een ruimte, maar dat hoeft niet altijd letterlijk. Ik vind het veel interessanter wanneer je de identiteit van een bedrijf gaandeweg ontdekt, dan wanneer logo’s, huisstijlkleuren en quotes overal op de muren hangen. Die herkenbaarheid kan ook subtieler in een ontwerp zitten.
Neem bijvoorbeeld het kantoor van Fruitsnacks in Haspengouw. Daar hebben we het buitengevoel naar binnen gebracht. De link met de natuur en de omgeving is niet zomaar decoratie, maar maakt deel uit van het verhaal dat je in het interieur ontdekt. Zelfs de dieren die je er tegenkomt, hebben een betekenis binnen dat verhaal. Zo kan je een bedrijf herkenbaar maken door ontwerpkeuzes die veel verder gaan dan de huisstijl. Een interieur moet geen driedimensionale versie van een brandbook worden.

2. Je moet het voelen
Dit vind ik als ontwerper misschien wel het meest inspirerende onderdeel. Want hoe moet een bedrijf eigenlijk voelen? Een familiebedrijf wil misschien vooral warmte en toegankelijkheid uitstralen, terwijl een innovatief technologiebedrijf net zijn vooruitstrevende of eigenzinnige karakter wil laten ervaren. En een organisatie waar vertrouwen en discretie centraal staan, heeft mogelijk nood aan een heel andere sfeer. Dat zijn geen eigenschappen die je zomaar met een kleur of een meubel kan vertalen.
Soms komt een klant met beelden van interieurs die hij prachtig vindt. Maar tijdens onze gesprekken blijkt dat die sfeer eigenlijk helemaal niet past bij het bedrijf. En dan vind ik het onze taak als ontwerper om dat bespreekbaar te maken. Want een interieur ontwerpen dat mooi is, is één ding. Een interieur ontwerpen waarin een organisatie zichzelf herkent, is iets anders.
Daarom zoeken we naar de juiste combinatie van materialen, verlichting, indeling en details. Hout kan bijvoorbeeld warmte brengen, maar de manier waarop je het toepast, bepaalt mee of een ruimte huiselijk, robuust of net heel verfijnd aanvoelt. Ook de openheid van een ruimte, de lichtinval en de manier waarop mensen elkaar ontmoeten, beïnvloeden de sfeer.
Als dat gevoel niet overeenkomt met wie je als organisatie bent, kan een interieur nog zo mooi zijn, maar dan klopt het niet.

3. Je moet het doen
Een merk zit ook in gedrag. En dat aspect wordt soms onderschat wanneer we over merkidentiteit in een interieur spreken. Want wat een bedrijf belangrijk vindt, moet je niet alleen kunnen zien of voelen. Je moet het ook kunnen ervaren in de manier waarop een ruimte gebruikt wordt.
Neem Altrad, waar we de Meat & Eat zone realiseerden. Die ruimte is veel meer dan een plek om te lunchen. Ze brengt medewerkers samen en biedt tegelijk mogelijkheden om informeel te overleggen, bezoekers te ontvangen of een presentatie te organiseren.
Dat geldt evengoed voor gastvrijheid. Je kan als organisatie zeggen dat je bezoekers graag welkom heet, maar hoe vertaalt zich dat naar de ontvangst? Waar komen mensen binnen? Waar kunnen ze wachten? Hoe vinden ze hun weg?
Een merkwaarde wordt pas echt interessant wanneer ze ook in het dagelijkse gebruik van een ruimte tot uiting komt.

4. En je moet het onthouden
Dit is voor mij een must. Wat weet iemand een paar dagen later nog over die plek te vertellen? Welke indruk bleef hangen? Welk detail herinneren ze zich?
Soms zit dat in een verrassend element. Zoals de voormalige biechtkamer in de oude pastorie die we voor ABO Global omvormden tot een vergaderruimte. Een bijzonder detail dat de geschiedenis van het gebouw een plaats geeft in zijn nieuwe functie. Maar het hoeft niet altijd iets opvallends te zijn. Soms blijft net de sfeer hangen, of hoe aangenaam iemand ontvangen werd.
Het belangrijkste is dat een ruimte iets achterlaat. Iets wat mensen zich herinneren en misschien zelfs spontaan doorvertellen. Want als een interieur een verhaal vertelt dat bij een bedrijf past, stopt dat verhaal niet wanneer iemand weer buitenstapt.

Meer dan “amai, dat is hier mooi”
Na bijna 15 jaar interieurs ontwerpen bij Deusjevoo, ben ik er steeds meer van overtuigd dat een sterk interieur niet het interieur is waar iemand binnenkomt en zegt: “Amai, dat is hier mooi.” Het is een interieur waar iemand binnenkomt en denkt: “Ja. Dit klopt hier gewoon.” Omdat wat je ziet, voelt en doet overeenkomt met wie de organisatie is. En omdat er iets blijft hangen. Dát is voor mij een voelbaar merk.
En dat is precies waar we met ons interieurteam bij Deusjevoo elke dag aan werken. Niet zomaar een mooi interieur ontwerpen, maar een plek creëren die écht past bij het bedrijf, de mensen en de cultuur.

